Villa Welpeloo

Google maps
5

Op deze locatie zal het werk van onderstaande deelnemer(s) te zien of horen zijn.

13.30 en 15.00 uur
Frans Baake (Stad Delden 1958) ontving zijn opleiding aan de AKI in Enschede en Rijksakademie in Amsterdam. Sinds de jaren ’80 houdt hij zich voornamelijk bezig met het maken van kunstenaarsboeken. De boeken bevatten lino- en houtsneden, teksten, foto’s en tekeningen en worden door hem handmatig ingebonden. Eilanden vormen voor hem een dankbare bron van inspiratie. In 1983 bracht hij een eerste bezoek aan de Fär-Oer, een boomloze en winderige groep eilanden gelegen tussen Schotland en IJsland. Iemand zei hem van te voren: “Daar is toch niets te beleven!?” Deze constatering en vraagstelling hebben hem sindsdien niet meer losgelaten en vormen een rode draad door het werk. Het ‘niets’ blijkt voor hem vele verschijningsvormen te hebben. Door de jaren heen bezocht hij onder meer de Falklands, Aleoeten, St. Pierre & Miquelon en Groenland. Dankzij een Werkbijdrage van het Mondriaan Fonds kon hij In 2017 een aantal geïsoleerde eilanden in de zuidelijke Atlantische wateren, waaronder het afgelegen Tristan da Cunha, bereiken: een jongensdroom die bewaarheid werd. Na een lange zeereis betrad hij uiteindelijk het verre eiland: ‘a destination of the mind’. Impressies van deze reis legde hij vast in het boek ‘No where – now here’. Een kloek boekwerk dat hem de ruimte biedt om zijn fascinaties voor droom en daad, (on)eindigheid en afstand in tijd en ruimte naar voren te laten komen. In 2003 was hij korte tijd in New York, op zoek naar rust in de miljoenenstad. Zo kwam hij terecht op City Island, een oase in de Bronx. Afgelopen jaar kon hij Island City aan het lijstje toevoegen. Niet eens een fysiek eiland, maar een plaats in Oregon. Waarbij hij graag wilde ervaren hoe het zou zijn op een plek met alleen het begrip eiland in de naam. Onlangs verschenen er twee vouwbladen naar aanleiding van beide bezoeken met daarin zijn bevindingen. Uitgaven van Frans Baake hebben hun weg inmiddels gevonden naar (inter)nationale musea en worden gepresenteerd op beurzen en tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zijn grafiek bestaat voornamelijk uit houtdrukken en linosneden in zwart-wit of enkelvoudige kleurvlakken, vaak aangevuld met teksten in boekdruk. Hij maakt abstraherende afbeeldingen, waarbij hij zich bedient van een eenvoudige en sobere beeldtaal, om zodoende al het voor hem overbodige te elimineren. Veelal werkt hij in series. www.fransbaake.nl

14.15 uur

A.L. Snijders, polderdadaïst

Toen korteverhalenschrijver Snijders (Amsterdam, 1937) hoorde dat zaterdag 29 februari slechts één keer in de 32 jaar voorkomt en dat dit de aanleiding is voor het Enschedese Schrikkelfestival, zei hij: ‘Jullie weten wel hoe je mij moet lokken, dat is prachtig, Schrikkelzaterdag.’ Het ongerijmde, toevallige, absurde is een bron van inspiratie voor hem. Hij zegt: ‘Er bestaat alléén maar toeval!’ In wezen is Snijders een polderdadaïst.

A.L. Snijders begon in 2001 zeer korte verhalen te schrijven, zkv’s noemde hij ze. In 2006 publiceerde de Enschedese uitgeverij AFdH de eerste bundel zkv’s. In 2019 verscheen de elfde bundel, Doelloos kijken. Inmiddels is de auteur zeer bekend geworden dankzij tal van interviews maar vooral door zijn korte stukken in de Volkskrant, De Standaard, de VPRO-gids en tal van andere bladen. Elke zondagochtend leest hij een zkv voor op radio 4. In 2010 werd hem de Constantijn Huygensprijs uitgereikt voor zijn complete werk dat om en nabij de drieduizend zeer korte verhalen telt.

12.45 en 15.30 uur

Schrikkeldag – de dag om even naar een andere tijd te reisen.

Ik kom uit voormalig OostDuitsland. Brechts onsentimentele, strakke protestliederen beluisterde ik al als 13-jarige op school.
Een aantal jaren geleden kwam ik erachter, dat mijn Duits verleden en dat van mijn familie pijnlijk diep in mij zit.

Bertolt Brecht wou zijn publiek nooit vermaken, maar aanzetten tot actie en nadenken. In zijn liederen laat hij zowel daders als slachtoffers van de Duitse oorlog spreken. Door het oog van een soldatenmoeder of van een thuiskomend soldaat kijkend zitten we midden in de oorlogstijd. Op muziek gezet wordt hun worsteling tussen medeplicht en slachtofferschap duidelijk en wordt helderder, wat onze grootouders voelden, maar niet konden vertellen over de oorlogstijd.